|
De
politiek is weer terug bij het oude suffe gedreutel.
Er worden weer compromisjes gesloten, hier wat ingeleverd, daar wat
water bij al te fanatieke wijn gedaan en straks gaat alles weer verder
zoals het altijd is gegaan.
Dus daarover valt voorlopig weinig te melden. En dat komt goed uit want
ik heb nauwelijks tijd om me in iets anders te verdiepen dan mijn eigen
bezigheden.
En die zijn nogal tijdrovend en intensief.
De laatste week van Mei begonnen de studio-opnamen.
Dat is altijd een heel georganiseer, want niet alleen de studio moet
op tijd worden gereserveerd maar ook de muzikanten, koor, externe musici
etc. Hotels bespreken. De planning moet strak zijn en goed geregeld,
anders kom je in de problemen.
Bovendien wordt er een soort documentaire over het verschijnsel Long
gemaakt en loopt er dus ook nog een paar weken een cameraman om ons
heen. Die filmde dus ook de plaatopname in de studio.
Meteen de eerste dag ging het al mis. Er was een probleem
met de machine die allerlei apparaten synchroon moet laten lopen. Erg
belangrijk voor het CD geluid.
Dat werd na een paar uur verholpen. Beetje uitgelopen maar 't viel mee.
De volgende dag viel er een glas water om. In de apparatuur. Vanaf 13.00
uur lag de boel stil. De aanwezige musici konden niet spelen, geen geluid,
geen mogelijkheid om iets te doen tot 'n uur of zes.
Om zeven uur willen we dan eindelijk
Helaas. Dus dan maar een hapje eten met de aanwezigen en de volgende
dag op tijd beginnen. Tien uur, dag drie. Iedereen opnieuw in de startblokken.
De technicus voelt zich ellendig. Allergie. Om een uur of twee begeeft
een belangrijk apparaat het. We cancellen de hele opname, pakken in
en gaan naar huis.
Het gekke is dat ik dat niet als een slecht voorteken beschouw. Bijna
integendeel.
We hebben prachtige nummers, schitterende arrangementen, uitgelezen
musici en het gevoel dat we de mooiste plaat gaan maken van dit jaar
en de komende jaren.
Dus een andere studio geboekt, een nieuw schema gemaakt, iedereen opnieuw
gebeld en nieuwe afspraken gemaakt.
Dat had wél tot gevolg dat ik plotseling een paar vrije dagen
had, want we konden pas een week later in de nieuwe studio terecht.
En zodoende kon ik dus genieten van de jaarlijkse uitstalling van internationaal
muzikaal onbenul. The European Song Contest.
Een bonte stoet van éénvormige dansjes, deuntjes en dreinende
wijsjes werd aan elkaar gepraat door twee geplastificeerde types, die
niet alleen de zak met gebleekte clichés tot op de bodem leeg
schudden, maar samen óók nog een duet kweelden dat de
toets der kritiek definitief verpulverde.
De meeste
eh
lâwe maar zeggen
liedjes werden
voorzien van een eh
lâwe maar zeggen choreografie, die volgens
mij voor alle deelnemers was ontworpen door één en dezelfde
persoon. Te weten de Letse gymlerares van de dichtst bijzijnde lagere
school.
Aerobics voor beginners. Elk uitgekauwd moppie eindigde met één
of meerdere armen gestrekt in de lucht. Alsof al de protagonisten wanhopig
om hulp riepen.
Bij het tweede nummer in de wedstrijd, was ik het eerste alweer vergeten
en dat bleef de hele avond het geval. Ik zou werkelijk geen enkele regel
meer kunnen reproduceren van geen enkel liedje, al kon ik er schatrijk
mee worden.
Het winnende scharminkel heb ik metéén de volgende dag
in Mezzo mogen draaien en we zullen het nóg wel een paar keer
tegenkomen en dan kunnen we die flauwekul weer voor een heel jaar vergeten.
Ik weet nu al dat ik volgend jaar, deo volente, weer aan de buis zal
hangen.
Volgens mensen die daarvoor hebben geleerd, is ergernis een minstens
zo belangrijke factor, bij het tv kijken, als de waardering en het amuseren.
Sterker nog: amuseren en ergeren vormen een onlosmakelijk duo.
En die ergernis kan trouwens ook veranderen, in de loop der jaren.
Vroeger keek ik af en toe naar "op losse groeven" en "op
volle toeren" een TROS programma dat mij destijds mateloos irriteerde.
Het was een min of meer vast promotiepodium voor "volkse artiesten",
zoals de Havenzangers, Ben Cramer, Bonny St.Clair, de Deurzakkers, Ria
Valk en noem ze allemaal maar op.
Ik werd er destijds nooit voor gevraagd en was ook vast van plan om
heftig te weigeren als dat wel moest gebeuren.
Tegenwoordig zijn al die artiesten weer regelmatig te bewonderen bij
de TROS, in een programma dat heet: "Voor alle fans".
Ze hebben compilaties gemaakt van al die artiesten die vroeger regelmatig
in bovengenoemde tv-programma's playbackten en als ik het toevallig
eens zie, vind ik het eigenlijk best vertederend. De ergernis is allang
verdwenen en met een klein beetje weemoed zie ik al die zangers, duo's
en groepen van toen hun best doen, terwijl het destijdse publiek kneuterig
gezellig zit mee te klappen.
Diep in mijn hart moet ik bekennen dat ik soms wel eens terug verlang
naar zo'n pretentieloos familieprogramma.
Gewoon een uur lang allerlei bekenden hun liedjes laten playbacken,
drie wat suffige danseressen erachter en een ijdele presentator die
bij elk nummer een paar platitudes in de camera mummelt en soms een
olijk maar tenenkrommend praatje houdt met de optredende kunstenaars.
Wat dat betreft voorziet het Eurovisie Songfestival natuurlijk aardig
in een behoefte.
En, wie weet, zeg ik over twintig jaar wel, als ik tegen de tachtig
loop: "Ach die artiesten van tegenwoordig
Da's allemaal niks
meer. Vroeger, toen Estland, Letland en Litouwen nog wel eens wonnen,
toen had je gezellige muziek.
We wisten gewoon niet wie we nou moesten laten winnen; Malta of Cyprus.
Zo goed waren die liedjes allemaal.
En toen zongen de deelnemers ook nog echt. Nu is het allemaal playback.
En dáárvoor. Toen hadden de liedjes nog inhoud!
Neem zo'n Dingedong, waar Nederland destijds mee won. Wat een prachtige
tekst: Dingedong al die uren / hoelang zal het duren / voor mijn hartje
roept met z'n bim-bam-bom / de tijd is om.
Deze column ook.
Tot later,
Robert Long. ©
volgende
column
|