Leen
Jongewaard werd op 30 maart 1927 in de Rozenstraat in de Jordaan geboren, maar
woonde het grootste gedeelte van zijn jeugd op de Sloterdijk. Hoewel zijn hele
familie uit Jordanezen bestond, had hij weinig op met
de buurt, hij vond het voornamelijk 'bemoeials'. Het
voordeel was echter dat hij later gemakkelijk een Jordanees kon neerzetten.
Leen was de jongste van negen kinderen, acht broers en een zuster. Zijn vader
was officier bij het Leger des Heils.
In het begin van de oorlog stierf zijn moeder. Leen moest met zijn broer Daan
naar een weeshuis in Leiden, maar toen dit door de oorlog zijn poort moest
sluiten, ging hij terug naar zijn vader. Omdat zijn broers naar Duitsland
moesten, bleef Leen, twaalf jaar oud, alleen bij zijn vader. Hij had het gevoel
dat hij het vanaf dat moment allemaal alleen moest doen.
In 1942 ging Leen naar de Grafische school, waar hij bevriend raakte met een
jongen die hem na de oorlog in aanraking bracht met het toneel. Ze gingen vaak
naar de film in de voorstelling van half twee in City of Tuschinski,
want de voorstelling van half vier was te laat, aangezien hij om vijf uur met
zijn vader moest eten. Toen een voorstelling niet doorging, besloten ze naar
Wim Kan in het Leidsepleintheater te gaan. Leen had zelfs de naam nog nooit
gehoord, maar vond het een openbaring. Vervolgens zagen ze Wim Sonneveld en daarna alles wat los en
vast zat op het gebied van toneel en cabaret.
In 1946 richtte hij samen met vriend Cor Pisuisse
een amateur-cabaretje DE KIJKDOOS op, waarin ook Adèle
Bloemendaal speelde. Deze werkte toen nog onder haar meisjesnaam Hameetman. Onderwijl werkte hij op een boekbindererij,
oberde hij in het Victoriahotel en woonde hij, na de dood van zijn vader, bij
een broer.
Toen Egbert van Paridon, het hoofd van toneelgroep
Puck (later Centrum) de voorstelling bezocht, werden zowel Leen als Adèle meteen gecontracteerd. Leen maakte in 1953 zijn
beroepsdebuut en bleef ruim tien jaar aan Puck verbonden.
Na een televisieoptreden in een programma van Wim Ibo, kwam de vraag of hij mee wilde doen met LURELEI.
Hierin had hij ondermeer het nummer 'Botanisch
twistgesprek' waarbij hij met Sylvia De Leur door de tuin danste terwijl hij
tweehonderd plantennamen, door Drs. P. op rijm gezet, ten gehore bracht.
In 1962 deed hij (met o.a. Simone Rooskens,
Piet Römer en Carla Lipp)
mee aan MENSEN, HEE MENSEN, een musical van Mies Bouhuys, uitgevoerd door
Toneelgroep Centrum. Hij speelde hierin glazenwasser Lodewijk.
Ook deed hij mee aan het radioprogramma DE WILDE VAART van
Jelle de Vries. Daar ontmoette hij Conny Stuart voor het eerst.
Leen: ''Toen ik Conny voor het eerst ontmoette, was dat meteen dikke mik. We
keken elkaar in de ogen en ik vond haar meteen ontzettend lief. Dat is
gebleven. Ik ken niemand die zo genereus kan zijn ten opzichte van een collega.
Mensen als zij en Sonneveld waren sterren, dat waren goden. En daar stond ik
opeens naast haar."
Omdat Conny Leen erg goed vond en een bijzondere zangstem vond hebben, had ze
hem bij John de Crane aanbevolen voor Heerlijk. Zowel John als Annie Schmidt
vonden Leen eerst te jong overkomen om al een tienerdochter te hebben, maar
uiteindelijk kon zijn optreden hen toch overtuigen.
Dus volgde in 1965 HEERLIJK DUURT HET LANGST.
Wat de homoseksualiteit betreft, Leen wist wel dat hij van
jongens hield, en dan speciaal van één man, de Cubaanse danser Jorge Lefebre. Deze ging echter trouwen, net zoals Leen zelf ook
had gedaan in 1959. Hij was ook verliefd op haar, Jantje Schut, een
beeldhouwster en schilderes, en hield van haar, maar het huwelijk (acht jaar
lang) was meer 'een gevecht voor een huwelijk' dan dat Leen echt gelukkig was.
Dat kwam pas toen hij Barry Stevens leerde kennen. Deze danste in HEERLIJK van
Annie M.G. Schmidt, terwijl Leen in deze musical de beroemde rol van de
kruidenier Kees Bloem neerzette en een grote hit had met 'Op een mooie
pinksterdag'. Het nummer was enkel bedoeld als rustpunt, zodat de rest van de
cast zich verkleden kon. De kruidenier en de buurman hoefden enkel een regenjas
aan te schieten en deden dus het rustpunt. Het werd een onverwachts succes.
Leen: "Op een zaterdagmorgen hebben we (dat) bij de piano bij Harry met
z'n tweeën gezongen. Ik deed meteen op z'n Amsterdams de tweede stem en dat is
zo gebleven. In het tweede couplet deed André de tweede stem en ik de
eerste."
De relatie met André was overigens niet zo best, deze toneelspeler kon het niet
goed verdragen dat anderen de hoofdrol hadden en en
ging trucjes uithalen als onverstaanbaar praten etc. Leen werd daarover een
keer zo woest dat hij André , op straat met publiek erbij, uitmaakte voor
'vuile schijnheilige Limburgse hooibergneuker'.
In HEERLIJK moest Leen overigens ook voor het eerst dansen, hetgeen hij
vreselijk vond. Hij overwoog na drie dagen repeteren om met de show te stoppen,
maar kreeg de woorden niet over zijn lippen. Uiteindelijk bracht hij het er
best redelijk af. Later keek hij met veel plezier op HEERLIJK terug.
Leen: ''Lang was ik met Conny het prinsesje van het bal. Conny was de echte
ster, maar ik had de showstopper met KOM KEES. Het applaus hield niet op. Ik
kon geen zin zeggen of het was een lach. Daar groei je in natuurlijk. Guus
Oster zei later tegen mij: Wat ik altijd zo grappig aan jou vond, is dat als
jij opkwam, dacht ik meteen: daar heb je de leuke." Dat was aan mij te
zien. Eigenlijk heb ik dat daarna nooit meer gehad. Ik had iets aan me van het
zonnetje."
Ook Wim Kan schreef in zijn beroemde dagboek dat hij Leen
(met Van den Heuvel) de uitschieters vond.
Om HEERLIJK nog een seizoen te spelen, zag Leen af van de
aanbieding om de hoofdrol te spelen in De Stunt, de eerste musical van Guus
Vleugel. De rol ging toen naar Willem
Nijholt.
Het feit dat hij een bekende Nederlander werd en dat hij de
musical combineerde met andere werkzaamheden, zorgde ervoor dat hij in december
1966 tijdelijk vervangen werd door Herbert Joeks.
Nu, met succes op toneel en gelukkig in de liefde kon Leen,
met iemand naast hem die van hem hield, zich naar eigen zeggen eindelijk
ontspannen.
Barry speelde overigens ook Kwarkje in Ti-ta
tovenaar, een serie waarin ook Leen soms opdook.
Na Heerlijk werd hij gecontracteerd voor de beroemde
dubbelrol van inbreker Gerrit en diens Opa in JA ZUSTER NEE ZUSTER. Ook Barry
kreeg een rol in deze serie. Hetty Blok en Leen waren de enige solisten die
echt konden zingen en veel liedjes waren dan ook voor hen.
Bekende liedjes hieruit, waarin Leen meedeed, waren:
Naast opa en Gerrit speelde hij ook een keer de rol van de
rijke mevrouw Rez de Chausssee,
zodat hij zijn talent voor travestie kon etaleren.
Leen: "Annie zei na de uitzending dat ze nog nooit een man zo goed een
vrouw had zien spelen. En dat, terwijl in die jaren Cruys
Voorbergh, een zeer beroemd acteur, een glansrol had
als Lady Barker.
Ik vond het zelf ook leuk. Ik hoef voor een vrouw ook niet zoveel te doen, want
ik heb een hoge stem. Ik heb een wijvenstem."

Wim Sonneveld deed een gastrol in de serie.
Leen: "Wanneer iemand als Sonneveld meedeed, werden wij ineens het lopend
décor. Wij ondergingen dat als een vorm van ontrouw van de schrijfster, want ze
gaf hem ook meteen maar liefst drie liedjes en twee rollen. Toen Sonneveld
meedeed, was ik als de dood. Ik aanbad die man. Toen we allebei als opa waren,
zei hij: Ik heb een helemaal opgezwollen maag van de zenuwen, dat ik naast jou opa moet doen. Op dat moment dacht ik: ik geef hem alle
eer. Ik vond het zo geweldig dat hij meedeed."
Toen de serie al beëindigd werd, werd Annie Schmidt gevraagd om voor Leen een
lp te schrijven, genaamd 'Opa vertelt sterke verhalen'. Ze weigerde
echter.
Op de radio deed
hij mee aan series als 'Maliekolder', 'Klatergoud' en
'Zwoei'.
Met Ko van Dijk
speelde hij in de serie 'Durmazon'.

In 1969 speelde hij in 'Het schaep
met de vijf pooten' en in 'Citroentje met suiker
(1972-1974)', beiden vloeiend uit de pen van Eli Asser. Ook hier was Adèle weer van de partij.
Bekende liedjes uit deze serie, waarin ook Leen zong, waren :
Ook speelde hij in 1969 een belangrijke dubbelrol in De kleine parade,een musical van Wim Sonneveld en Friso Wiegersma,
naar een boek van Henriëtte van Eyk. Leen was in
eerste instantie erg gevleid door het aanbod van Wim Sonneveld, die hij zeer
bewonderde, maar was minder blij met opnieuw een dubbelrol. Uiteindelijk had
hij wel een groot succes met het lied 'Lieve heer doe mij een lol', waarbij hij
de lieve heer vraagt om zijn werkgevers-kwelgeesten eens flink te grazen te
nemen.

In 1971
had hij een theatershow "KIJKTAARNA" met Adele Bloemendaal.

Tussen 1972 en 1974 was hij verbonden aan de Seniorenshow van
de VARA.
Ook werkte hij mee aan de serie Barbapapa. Er kwam
ook een lp uit, Nieuwe verhalen en liedjes uit de gelijknamige tv-serie.
Verteld door Leen Jongewaard en Wieteke van Dort.
In 1975, bij het 700-jarig bestaan van Amsterdam, speelde hij
de rol van Vosmaer de Spie in 'De engel van Amsterdam', een musical van Joop
Stokkermans en Guus Vleugel. Andere hoofdrollen werden vertolkt door Jasperina
de Jong en Lex Goudsmit.
In diezelfde tijd werkte hij mee aan de Stratenmaker op zee show van de VARA.
Ook speelde hij een gastrol in de populaire serie KUNT U
ME DE WEG NAAR HAMELEN VERTELLEN.

"De
Hamelaars treffen in de berg 'Kei' de grote dwerg, Gruizel Gruis, van de
dwergmijn bij het elvenbochtje, aan die iedereen uitscheldt vanuit zijn kooi.
Ze proberen Gruizel uit te horen, maar kunnen geen touw aan zijn verhalen
vastknopen. Als Aernout Koffij die alles van sloten
weet, de kooi openmaakt, krijgt hij een schop tegen de schenen. De dwerg
verdwijnt door een deur. De Hamelaars volgen zijn voorbeeld en komen achter de
deur terecht in een volslagen andere wereld." (site over Hamelen)
In 1976 kampeerde Leen met vrienden in Frankrijk. Toen het
zijn beurt was om te koken, zette Barry een bandje op van 'Vroeger of later'
van Robert Long. Die lp was
toen al een van de best verkochten in Nederland, maar Leen hoorde hem voor het
eerst en was er zeer door gegrepen. Vooral een nummer als 'Allemaal angst'
maakte veel indruk en hij deelde met Robert de woede over de huichelarij in
wereld.
Toen hij twee jaar later werd gevraagd voor een rol in de door Seth Gaaikema geschreven musical SWINGPOP, waarin hij
de rol van duivel in de persoon van Moenen zou moeten
vertolken, zei hij vooral 'ja' omdat Robert Long de hoofdrol van ontwerper
Guido zou vertolken.
SWINGPOP was een ramp (Sylvia de Leur raakte overspannen, Robert Long weigerde
wegens de slechte kwaliteit verder te spelen), maar het klikte erg goed tussen
Leen en 'Long', zodanig zelfs, dat de laatste opperde om het jaar daarop samen
een show met hem te doen. In de kleedkamer werden de ideeën uitgewisseld voor
de teksten en de liedjes die ze wilden gaan brengen.
In 1978 speelde Leen naast Josine van Dalsum
en Rutger Hauer in HEILIGE JEANE, een toneelstuk dat ook op de televisie werd
uitgezonden.
In het seizoen 1979-1980 kreeg Leen de jaarlijkse Albert van Dalsum prijs voor zijn vele rollen.

In 1980 was het zover. DUIDELIJK ZO, wat vooral over
homoseksualiteit ging, werd overal juichend binnengehaald, zodanig zelfs dat ze
al snel in Carré stonden. Enkel 'Gristelijk
Nederland' raakte in paniek en wilde hier en daar nog protesteren tegen de
godslasterlijke heiligschenners, soms met krantenadvertenties, soms door naar
de rechter te stappen, maar nimmer met resultaat.
Het succes kon Leen, de eeuwige twijfelaar, soms op zijn zenuwen werken, maar
hij had dan ook het gevoel dat hij zijn hele ransel met ervaring en vakmanschap
had afgegooid om opnieuw te beginnen. Zo ging hij voor het eerst improviseren,
iets wat hij nog nooit eerder gedaan had. Hij groeide echter in zijn rol en zei
uiteindelijk dat dit jaar het gelukkigste van zijn leven was omdat hij na 25
jaar acteur zijn eindelijk deed wat hij wilde doen.
Het levert hem geen windeieren op. Na de eerste avond in Carré wordt hem de
Johan Kaartprijs uitgereikt namens de Stichting ter bevordering van de
Blijspel-Klucht-Kunst.
Daarnaast ontving hij in 1981 de Albert van Dalsum-ring
voor de beste acteursprestatie in een oorspronkelijke Nederlandse productie.
De tweede show Tot hiertoe heeft de heere
ons geholpen riep enkel door de titel al veel verzet op. De inhoud was
echter nog 'erger', deze ging over wat er met Nederland zou gebeuren als de EO
de macht grijpt. Leen kon zijn ei kwijt, hij haatte EO-mensen meer dan wie ook,
niet omdat ze gristelijk zijn, dat waren zijn ouders
ook, maar omdat ze zo liefdeloos zijn.
Het nummer hierover kwam ook te staan op de geheel door Robert Long geschreven
lp LEEN IS ALIVE terecht, de tweede solo-lp van Leen Jongewaard. De eerste
'Leen alleen' stamde uit een tijd dat niemand hem nog kende.
Tot slot zette Long en Leen ook 'En het bleef nog lang
onrustig in de stad' op de planken, waarin het naderende afscheid van het
tweetal aan de orde kwam. Dit afscheid kwam wat eerder dan vermoed, omdat Leen
moest stoppen omdat hij de ziekte van Pfeiffer onder de leden had.
Leen had inmiddels tien jaar samengewoond met Barry, waarna
deze voor zijn vak zes jaar naar Engeland terugkeerde. Toen hij daarna de
choreografie deed voor de musical 'Maskerade' voor Jos Brink, waren ze echter
weer samen.

Leen accepteerde een rol in de nieuwe Schmidt-musical PING
PING, waarin ook Hans van der Woude en Ferd Hugas een hoofdrol hadden.
Leen speelde de rol van steenrijke uitvinder die er wat geldzaken betreft een
heel andere op nahoudt dan zijn echtgenote Gerrie van der Klei.
Leen accepteerde de rol, omdat Annie had gezegd dat hij een soort ''Walter Mitty-achtige figuur" zou spelen.
Leen: "Annie had me overgehaald met dat Walter Mitty
idee. Na een jaar zei ze ineens: ik heb iets heel anders over een man, die naar
de hemel wil. Vind je dat leuk? Ik durfde tegen een zo grote schrijfster als
Annie niet te zeggen: Nee, dat vind ik niet leuk. Dus het was ook een beetje
mijn schuld dat het zo liep. Ik kon niet met die man uit de voeten."
De repetities verliepen moeizaam. Paddy Stone deed de repetities, maar had meer
oog voor de uiterlijke kant van de zaak dan voor het acteren. Leen vroeg om een
regisseur en zodoende werd Willem
Nijholt ingeschakeld, weliswaar een kenner van de musical, maar niet
bepaald een echte regisseur.
Leen: "Willem dacht: Leen kan dat wel, die redt zich wel. Maar ik redde me
helemaal niet. Was hij maar strenger tegen me geweest. Dan had ie me tenminste
in het zadel geholpen.''
In PING PING zong Leen het lied Te lelijk en te oud
maar dat nummer werd snel uit de show gehaald, omdat het Leens depressie enkel
aanwakkerde.
Inmiddels liep de relatie met Barry op het einde, omdat ze in
die zes jaar teveel uit elkaar gegroeid waren. Dit verdriet en daarnaast de
zenuwen over de musical zorgde ervoor dat Leen in maart 1985 in elkaar stortte.
Zijn rol werd overgenomen door Joop
Doderer.
Leen: ''Ik sliep in die tijd zo erg op slaappillen, daar is mijn geheugen ook
slechter van geworden. Er was een medicijn, daar nam ik er dagelijks vier van,
dat is later verboden omdat het levensgevaarlijk was. Bij de repetities dacht
ik er niet aan om de rol terug te geven. Ik geloofde dat het nog wel leuk zou
worden.
Met Gerrie kon ik het absoluut niet vinden. Eigen schuld, want Annie had
gevraagd: Wie wil je als vrouw hebben? Trudy Labij of
Gerrie? Ik kende haar helemaal niet, maar ik dacht: Misschien wel gek, zo'n
grote vrouw naast mij."
In 1987 stond hij naast Mary Dresselhuys
in 'Een bijzonder prettig vergezicht' van Paul Haenen.
Leen: "Ik kwam in een warm bad vol aardige mensen. In de eerste plaats
Petra Laseur, die heeft me echt als een blinde
geleid. Ik had nog zoveel angsten. Ik zat nog in analyse. Daar ben ik pas in
1992, na acht jaar, mee gestopt. Ik hoef nu helemaal niet meer. Ik denk: Lekker
weer een dag. Terwijl ik echt jaren heb gehad dat ik er niet meer wilde
zijn."
Helaas moest hij wegens zijn gezondheid midden in het seizoen stoppen. Zijn
laatste voorstelling was in het voorjaar van 1987.
In april 1988 kreeg hij een hartaanval, waardoor hij in het
AMC belandde.

Leen keek vooral met vreugde terug op de drie programma's die
hij met Robert Long maakte. Voor zijn gevoel had die veel meer invloed op hem
gehad dan Annie M.G. Schmidt, terwijl hij met nummers van haar toch waanzinnig
veel succes had gehad.
Leen Jongewaard overleed op 4 juni 1996 aan een hartaanval
tijdens een vakantie in Spanje.
PLATEN
Leen Jongewaard
maakte twee solo-elpees, maar staat op veel meer platen, zoals van:
Swingpop, Heerlijk
duurt het langst, Ja zuster nee zuster, Hamelen, etc.
PRIJZEN
Naast de genoemde
Johan Kaart prijs en de Albert van Dalsum prijs kreeg
Leen ook de Televisierring en een Edison.
Leen in
"Help, de dokter verzuipt" (een film over het leven van Hendrik Wiegersma, de vader van Friso)
Jongewaard heeft
ook in vele films gespeeld. Hieronder worden er enkelen genoemd:
1962 Kermis in de regen
1963 Vergeten medeminaar
1974 Help, de dokter verzuipt, van Nicolai van der Heyden, met Jules Croiset,
Frans Mulder en Martine Bijl
1974 De vijf van de vierdaagse, van René van Nie, met Johnny Kraaijkamp en Jan Blaaser
1978 Pastorale 1943, van Wim Verstappen, met Renee Soutendijk.
1979 Martijn en de magiër, van Karst van der Meulen, met Wieteke van Dort en
Bart Gabrielse
1980 De bende van hiernaast, van Karst van der Meulen, met Hans Boskamp en
Gerard Cox
1981 De boezemvriend, van Dimitri Frenkel Frank, met
André van Duin en Jerome Reehuis
1981 Te gek om los te lopen, van Guido Pieters, met Peter Faber en Jaap Stobbe.
1981 Rigor Mortis
1981 Hoge hakken, echte liefde
1984 Parfait amour
1986 Op hoop van zegen
1987 Zoeken naar Eileen
1987 Terug naar Oegstgeest, van Theo van Gogh, met Tom Janssen en Geert de Jong
1989 De avonden, van Rudolf van den Berg, met Thom Hoffman en Rijk de Gooijer.
1989 Loos, van Theo van Gogh, met Leontien Ceulemans, en Tom Janssen
1990 My blue heaven, van Ronald Beer, met Koen
Wauters
Bronnen:
Diverse interviews
met Leen Jongewaard
Wacht maar tot ik dood ben, door Hans Vogel.
Henk van Gelder - Leen alleen
Uitverkoren door Paul Blom
Meer lezen?
Ik haat fatsoen Interview
uit de Viva (pdf)
De kleine gigant
Interview door Ischa Meijer (pdf)
Interview
1981 - Voor toneel is moed nodig deel twee
Interview: Er is geen vak
mooier dan dit
Interview 1984: Angst voor de
fabriek is mijn drijfveer
Interview: Een weggeworpen
ransel (met Robert Long in Carré)